Meer nieuws

Nieuws

Eerste wetenschappelijk onderzoek in België naar de perceptie van incontinentie​​​​​​​​​​​​​

​1 op 3 negeert eerste tekenen urineverlies

Over ongewild urineverlies bestaan nog veel misverstanden en attitudeproblemen. Zo denken veel mensen foutief dat urine-incontinentie hoort bij verouderen of normaal is na een bevalling. Dat onthulde een studie van LM Oost-Vlaanderen, waaraan het UZ Gent meewerkte. 36% denkt dat de eerste tekenen van ongewild urineverlies kunnen worden genegeerd. In België heeft nochtans meer dan 10% van de thuiswonende bevolking ouder dan 30 jaar last van urine-incontinentie. Plassen en ophouden lijkt eenvoudig, tot het misgaat. 

Bij 2.085 deelnemers aan de enquête – met en zonder incontinentie – werd gepeild naar de kennis en attitudes over urineverlies. Liefst 79% vindt het moeilijk en gênant om over urine-incontinentie te praten. “Eenmalig urineverlies op een openbare plaats of in gezelschap kan iemand tekenen voor de rest van zijn of haar leven”, zegt prof. dr. Karel Everaert, verbonden aan de dienst Urologie van het UZ Gent. “Ook mantelzorgers zijn bang dat iemand ontdekt dat hun naaste incontinent is. Zelfs aan de huisarts durven we dit soort problemen niet te melden.”

1zzz.png
Niet normaal bij verouderen en na bevalling
Een op twee denkt foutief dat urine-incontinentie normaal is bij verouderen. “Urine-incontinentie hoort niet bij het normale verouderingsproces”, verduidelijkt prof. dr. Everaert. “De urinewegen verouderen uiteraard. Ook ziektes kunnen een rol spelen. Die factoren kunnen het moeilijker maken om droog te blijven. We merken dat ook sommige zorgverleners hier verkeerd tegenaan kijken. Het gebrek aan kennis bij patiënten en verzorgers kan ervoor zorgen dat de stap naar passende hulp niet gezet wordt.”

Een andere misvatting is dat urine-incontinentie ook gangbaar zou zijn na een bevalling. Vier op de tien respondenten van de bevraging geloven dat. “Maar dat idee klopt helemaal niet. Tijdens de zwangerschap en de bevalling zijn er veranderingen ter hoogte van de bekkenbodem. En bij beschadiging van die structuren kan incontinentie ontstaan. Toch is het niet normaal. Ter preventie en als eerstelijnsbehandeling wordt daarom bekkenbodemkine wel sterk aangeraden bij pas bevallen vrouwen.”

2.png

Misleidende reclame?
Reclame voor incontinentiemateriaal wekt de indruk dat urineverlies bij het leven hoort. Maar is dat wel zo normaal? 36% denkt dat de eerste tekenen van ongewild urineverlies kunnen worden genegeerd. Prof. dr. Everaert: “Dat cijfer verbaast ons niet. Kijk maar eens naar de reclameboodschappen, die een eenvoudige oplossing voorstellen. Ook daardoor zoeken mensen met ongewild urineverlies geen hulp en blijven ze lapmiddeltjes gebruiken zoals opvangmateriaal.” 

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat een belangrijk deel van de respondenten (43%) niet weet dat er medicatie bestaat voor bepaalde vormen van urine-incontinentie. “Er bestaat meer dan alleen opvangmateriaal. Met de juiste hulp kunnen we de zorg voor veel mensen verlichten”, zegt prof. dr. Everaert.

3.png

Impact op levensstijl en seksuele betrekkingen
Het is wel bekend dat urine-incontinentie een negatieve impact heeft op activiteiten van het dagelijkse leven (86%), seksuele activiteiten (62%), het sociale leven (86%), de levenskwaliteit (75%) en dat urineverlies  psychische problemen kan veroorzaken (83%). 

Prof. dr. Everaert: “Het begint met kleine aanpassingen, maar urineverlies kan leiden tot sociaal isolement op verschillende domeinen van het dagelijkse leven. Patiënten vermijden uitstapjes omdat er geen toilet in de buurt is of zijn onzeker tijdens seksuele betrekkingen.”

Ook de impact op partners of mantelzorgers mag niet onderschat worden. “Zo zijn er mantelzorgers die ’s nachts verschillende keren opstaan om hun partner naar het toilet te helpen of wisselen ze luiers bij iemand die eigenlijk hun seksuele partner is.”

4.png

Gesubsidieerde incontinentie
Het kostenplaatje van ongewild urineverlies is bekend bij slechts de helft van de respondenten. In België is er geen terugbetaling van opvangmateriaal, wel een tegemoetkoming voor bepaalde categorieën van zorgbehoevende personen en bij personen met onbehandelbare incontinentie​. De grootste kosten zijn dus voor de patiënt. “Bij ernstige incontinentie kunnen de kosten voor alleen nog maar het opvangmateriaal tot 160 euro per maand oplopen. Thuiszorg en woonzorgcentra worden gefinancierd op basis van zorgafhankelijkheid. Als deze zorgverleners iemand weer droog krijgen of droog kunnen houden, resulteert dat in minder subsidiëring. Zo wordt incontinentie als het ware gesubsidieerd.”

5zzz.png

Niet aarzelen
Het onderzoek wijst duidelijk op vele misverstanden rond ongewenst urineverlies die te vaak voor onnodig leed zorgen. “Educatie over gezonde plasgewoontes en incontinentie is beperkt, waardoor we niet goed weten wat normaal plasgedrag is. Daardoor kunnen plasproblemen ontstaan en wordt incontinentie niet aangepakt, ” zegt prof. dr. Karel Everaert. 

Tijdig het probleem aanpakken, is belangrijk. Net als een goede omkadering in de zorg. “Blaasproblemen zijn complex en vereisen een professionele en multidisciplinaire aanpak. Een duidelijk zorgpad ontbreekt nog. Zorgverleners zijn ook niet altijd voldoende opgeleid in de materie. Bovendien is er nood aan meer openheid. Aarzel dus niet om over ongewenst urineverlies te spreken met de huisarts.”

Roadshow
Minder taboe, meer openheid. Minder ophouden, meer praten. Cathy De Waele, directeur van LM Oost-Vlaanderen: "Het onderzoek leert ons dat we vooral sneller moeten praten over plasproblemen. En dan zeker met een dokter of zorgverlener om zwaardere problemen te voorkomen. Als toegankelijke gezondheidsorganisatie zijn we de ideale partner om het probleem bespreekbaar te maken. 

“Daarom starten we na dit onderzoek een bewustwordingscampagne: met een roadshow brengen we dit najaar de juiste informatie, tips, plaskalenders​ en getuigenissen naar de mensen. Ook chatsessies met de dienst Urologie van het UZ Gent staan op het programma. Zo willen we de kennis rond ongewenst urineverlies vergroten, in de hoop de attitude te veranderen."

Over het onderzoek 

Deze bevraging is een samenwerking tussen LM Oost-Vlaanderen en de dienst Urologie van het UZ Gent. De bevraging naar de kennis en attitude over urineverlies maakt deel uit van wetenschappelijk onderzoek onder supervisie van prof. dr. Karel Everaert.

LM Oost-Vlaanderen bevroeg via een open enquête zowel leden als niet-leden tussen 1 februari en 15 maart 2017. De enquête kon online en op papier ingevuld worden door mensen zowel met als zonder incontinentieproblemen. 2.085 deelnemers vulden de enquête (38 vragen) volledig in. 

De vragenlijst  is een gevalideerde Nederlandstalige vertaling van de Urinary Incontinence Knowledge Scale en de Urinary Incontinence Attitude Scale. Het Ethisch Comité van het UZ Gent heeft de studie goedgekeurd. Alle vragen en resultaten kan u bekijken in het algemene studierapport (Studierapport urinaire incontinentie.pdfpdf).

Het onderzoek werd ondersteund door prof. dr. Karel Everaert, verpleegkundig specialist Ronny Pieters en verpleegkundige Veerle Decalf, allen verbonden aan de dienst Urologie van het UZ Gent. Voor de Liberale Mutualiteit is dr. Jean-Pierre Bronckaers verbonden aan het onderzoek.

Download de Infografiek studie urineverlies.pdfinfografiek.

Contact
bert.goessens@lm.be, 09 223 19 76